Iedere thuiszittende jongere is er één te veel. Toch kent Nederland naar schatting 70.000 kinderen en jongeren die niet het onderwijs krijgen waar ze recht op hebben. Wij roepen iedereen die zich inzet voor beter onderwijs op om in actie te komen rond de concrete doeldomeinen uit ons 11-puntenplan.
Het recht op (passend) onderwijs hangt op dit moment nog volledig samen met de Leerplichtwet. Krijgt een leerling een leerplichtontheffing, dan verdwijnt daarmee ook de mogelijkheid om (passend) onderwijs af te dwingen; niemand is dan nog verantwoordelijk voor het onderwijs van dit kind.
Ondanks verschillende wetten, afspraken en internationale verdragen, blijkt het recht op onderwijs in de praktijk lastig afdwingbaar. Willen leerlingen of ouders een leerplichtontheffing beëindigen? Dan blijkt dit vaak ontzettend lastig, terwijl de aanvraag ervan soms binnen een week rond is. Dit is niet voor niets het eerste speerpunt uit ons plan.
Wij willen dat de politiek het leerrecht/ontwikkelrecht wettelijk vastlegt als aanvulling op de leerplicht. Met het leerrecht staat onderwijs los van plaats, tijd en schoolinschrijving. Onderwijs hoeft niet strikt binnen de muren van een schoolgebouw plaats te vinden, maar kan bijvoorbeeld ook op een zorgplek, online of via een docent aan huis.
Er ligt een initiatiefwetsvoorstel vanuit de Tweede Kamer waar Adviesraad ÉigenWijsheid aan meeschreef. Hoewel de opstellers veel van onze aanbevelingen overnamen, blijft de invulling nog wat vrijblijvend. Leerrecht heeft pas zin als overheden de zorgplicht ook daadwerkelijk handhaven en professionals weten wat we van hen verwachten.
Scholen, samenwerkingsverbanden en gemeenten luisteren onvoldoende naar jongeren. Dit geldt overigens niet alleen voor thuiszitters. Volwassenen nemen de mening van jongeren vaak niet serieus: ze luisteren wel, maar horen de jongeren niet écht. Wij pleiten voor een inclusief en breed hoorrecht, waarbij instanties niet alleen luisteren, maar ook daadwerkelijk handelen naar de behoefte van de jongere. Een leerling hoeft echt niet altijd zijn of haar zin te krijgen, maar het is noodzakelijk dat de school iets met de input doet én hier actief over terugkoppelt.
Depressie, burn-out en andere psychische klachten kunnen iedereen overkomen. Ze zijn niet altijd zichtbaar, maar de gevolgen wel. Mensen spreken er te vaak niet of nauwelijks over, terwijl de psychische gesteldheid van zowel docenten als leerlingen direct invloed heeft op het leerklimaat en de schoolveiligheid. Leerlingen kunnen te maken krijgen met pestgedrag door medeleerlingen of docenten, waardoor naar school gaan ongekend belastend is en zij vastlopen. Iedereen moet zich veilig voelen om mentale gezondheid bespreekbaar te maken. We zien in de praktijk dat alleen al het praten over dit 11-puntenplan bijdraagt aan het doorbreken van dit taboe.
Iedere leerling moet vakken op verschillende niveaus kunnen volgen en afronden. Nu rekenen scholen je als leerling altijd af op je slechtste vak. Omdat je alle lessen op dat niveau volgt, ga je je bij andere vakken vervelen, voel je je niet serieus genomen en val je sneller uit. Er is onvoldoende ruimte om jezelf in je eigen tempo te ontwikkelen. Bovendien maakt dit gebrek aan maatwerk het vrijwel onmogelijk om na een periode van thuiszitten succesvol terug te keren in het onderwijs.
Leerplichtambtenaren en schoolbestuurders hebben te veel bevoegdheden. In een poging om op ‘dure leerlingen’ te bezuinigen, sturen zij soms aan op een leerplichtontheffing. Weigeren ouders dit te ondertekenen? Dan zetten leerplichtambtenaren hen relatief makkelijk onder druk, bijvoorbeeld met een dreiging tot een Veilig Thuis-melding (VT) of zelfs een uithuisplaatsing (UHP). Leerlingen en ouders kunnen deze misstanden nergens goed melden. Wij eisen een verplichte schriftelijke onderbouwing bij de inzet van deze machtsmiddelen en een vaste mogelijkheid tot bezwaar. Bij foutief gebruik moeten harde consequenties volgen, zodat instanties voorzichtiger omgaan met deze ingrijpende maatregelen.
Het denken in ‘leeropbrengsten’ domineert het Nederlandse onderwijs. Voldoe je niet aan de verwachtingen? Dan kom je in de problemen en val je uit. De vroege selectie zorgt voor onnodig veel prestatiedruk. Leerlingen in met name de bovenbouw van het VO verliezen veel te veel tijd aan toetsen en examens; momenten waarop zij nauwelijks iets nieuws leren. Zonder deze toetscultuur kunnen leerlingen bijna een heel jaar extra écht onderwijs krijgen.
Door de wolk van verantwoordelijkheden tussen betrokken partijen is het zoeken naar ondersteuning vaak een eindeloze strijd. Gemeenten, samenwerkingsverbanden en scholen wijzen constant naar elkaar en te vaak neemt niemand verantwoordelijkheid. Samenwerkingsverbanden hebben vaak financiële belangen en zijn daardoor niet onafhankelijk. Sterke, onafhankelijke steunpunten voor leerlingen zijn daarom keihard nodig. Tegelijkertijd moet de informatievoorziening op orde zijn: ouders en leerlingen moeten wel weten dat deze steunpunten bestaan om er gebruik van te kunnen maken.
Schoolbestuurders gebruiken bij rechtszaken over passend onderwijs publiek geld om zichzelf te verdedigen. Leerlingen en ouders hebben die luxe niet. Dit creëert per definitie een ongelijk speelveld: leerlingen krijgen minder makkelijk gelijk bij de geschillencommissie of de rechter en verdedigen hun recht op onderwijs daardoor veel moeilijker. De politiek moet dit rechttrekken.
Scholen kunnen vaak niet de ondersteuning bieden die inclusief onderwijs vereist. Bredere ondersteuning – zoals meer onderwijsondersteunend personeel en het actief delen van expertise tussen scholen – biedt leerlingen meer kansen in het reguliere onderwijs en maakt het werk voor docenten beter uitvoerbaar. Meer flexibiliteit in klassengrootte biedt ruimte voor passende zorg. Dit verlaagt de werkdruk, voorkomt uitval van docenten, en voorkomt uiteindelijk óók de uitval van leerlingen.
Een snelle doorverwijzing naar SBO en (V)SO is voor scholen vaak de makkelijkste optie om aan hun zorgplicht te voldoen, zonder dat zij altijd goed onderzoeken of dit écht passend is voor de leerling. Scholen vragen de benodigde Toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aan bij het samenwerkingsverband, wat per definitie géén onafhankelijk orgaan is. Vaak vormt de handelingsverlegenheid van de school de basis voor de verwijzing, niet het belang van het kind. Leerlingen kunnen hierdoor op een plek belanden waar zij zich onvoldoende kunnen ontwikkelen en vallen alsnog uit. Daarom eisen wij dat leerlingen of ouders een doorverwijzing altijd kunnen voorleggen aan een onafhankelijke expert.
Scholen ontvangen geld per ingeschreven leerling, inclusief aanvullende financiering voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Toch bieden zij deze ondersteuning vaak onvoldoende aan. Sterker nog: zit een leerling thuis maar staat deze wel ingeschreven, dan blijft de school geld ontvangen. Ze verdienen zo aan ‘spookleerlingen’. Daarnaast is er een hele markt ontstaan rondom ondersteuningsbehoefte, waarbij instanties met elkaar concurreren om contracten. Het geld dat we voor de leerling reserveren, moet bij de leerling terechtkomen en mag niet de markt bedienen. Wij moeten de vele perverse prikkels in het huidige systeem keihard doorbreken.
Het is een illusie om te denken dat een 11-puntenplan als dit een complex probleem direct oplost, maar wij zien het als onze taak om pijnpunten te blijven signaleren en als waakhond op te treden wanneer de situatie rondom specifieke vraagstukken echt uit de hand loopt.
Ons 11-puntenplan is geen in steen gebeitelde lijst, maar een levend document dat continu met de tijd meegroeit. We evalueren en actualiseren onze doelstellingen voortdurend om scherp te blijven en direct in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Omdat we de beste plannen samen maken, nodigen we iedereen van harte uit om met ons mee te denken. Zie jij nieuwe kansen of heb je slimme ideeën om onze doelen nog beter te bereiken? Laat dan vooral je stem horen en deel je input met ons!