Onze speerpunten

Ons 11-puntenplan

11 punten om de problemen bij de wortels aan te pakken

11-puntenplan

Dit is slechts het begin

Iedere thuiszittende jongere is er één teveel. Toch kent Nederland nog altijd minstens 15.000 kinderen en en jongeren die niet het onderwijs krijgen waar ze recht op hebben. Wij roepen iedereen die zich inzet voor betere onderwijs op om in actie te komen rond deze 11 doelen.

Melchior Wammes Paul van Meenen D66

1. Een afdwingbaar leerrecht en ontwikkelrecht worden vastgelegd in de wet

Het recht op (passend) onderwijs hangt op dit moment nog volledig samen met de leerplichtwet. Wanneer een leerling te maken krijgt met een leerplichtontheffing, verdwijnt voor deze leerling daarmee ook de mogelijkheid om (passend) onderwijs af te dwingen, er is dan niemand meer verantwoordelijk voor het onderwijs. Ondanks de verschillende wetten, afspraken en internationale verdragen blijft het recht op onderwijs lastig afdwingbaar voor leerlingen. Wanneer leerlingen of ouders de leerplichtontheffing willen beëindigen blijkt dit vaak ontzettend lastig, terwijl de leerplichtontheffing binnen een week geregeld kan worden. Wij willen dat het leerrecht/ontwikkelrecht wordt vastgelegd in de wet als aanvulling op de leerplicht. Met het leerrecht staat onderwijs los van plaats, tijd, en schoolinschrijving. Onderwijs hoeft niet strikt noodzakelijk binnen de muren van een schoolgebouw plaats te vinden, het kan bijvoorbeeld ook op een zorgplek, online of door een docent die aan huis komt.

2. Er komt een inclusief en breed hoorrecht voor leerlingen

Er wordt onvoldoende naar jongeren geluisterd, dit geldt niet alleen voor thuiszittende jongeren. De mening van jongeren wordt niet serieus genomen. Er wordt wel geluisterd, maar niet gehoord. Een inclusief en breed hoorrecht, waarin de school/samenwerkingsverband/gemeente niet alleen luistert maar ook handelt naar wat de jongere aangeeft nodig te hebben. Een leerling hoeft echt niet altijd z’n zin te krijgen, maar het is noodzakelijk dat er altijd iets met de input wordt gedaan en dat er altijd iets wordt teruggekoppeld. Een vorm waarin leerlingen echt serieus genomen worden, dat is keihard nodig.

3. Er wordt gesproken over de mentale gezondheid van zowel docenten als leerlingen

Depressie, burn-out en andere psychische klachten: het kan iedereen overkomen. Deze klachten zijn niet altijd zichtbaar, maar de gevolgen wel. Te vaak wordt er niet of weinig over gesproken, terwijl de psychische gesteldheid van zowel docenten als leerlingen direct invloed heeft op het leerklimaat en de schoolveiligheid in positieve en negatieve zin. Leerlingen kunnen te maken krijgen met pestgedrag door zowel medeleerlingen als docenten waardoor naar school gaan ongekend belastend wordt en leerlingen kunnen vastlopen. Iedereen moet zich veilig genoeg voelen om het te kunnen hebben over mentale gezondheid.

4. De mogelijkheden tot het behalen van een maatwerkdiploma en het zelf bepalen van je eigen studietempo per vak worden uitgebreid

Het moet voor iedere leerling mogelijk worden om vakken op verschillende niveaus te volgen en af te ronden, als leerling wordt je nu altijd afgerekend op je slechtste vak. Er is onvoldoende ruimte om je te ontwikkelen op je eigen tempo en niveau. Doordat je alle lessen volgt op het niveau van je slechtste vak, werk je niet op het niveau dat bij je past bij een deel van de vakken. Je gaat je vervelen, voelt je niet serieus genomen en valt snel uit. Ook maakt de afwezigheid van maatwerk het moeilijker om na een periode van afwezigheid terug in te stromen, eenmaal thuis is het vrijwel niet te overzien hoe je vanuit deze situatie kunt terugkeren in het onderwijs.

5. Drang- en dwangmaatregelen mogen niet meer ingezet worden onder leerlingen en hun ouders / verzorgers.

Leerplichtambtenaren en schoolbestuurders hebben te veel bevoegdheden. In een poging om op “dure leerlingen” te bezuinigen kunnen leerplichtambtenaren aansturen op het inzetten van een leerplichtontheffing. Als de (ouders van) de leerlingen weigeren deze leerplichtontheffing te ondertekenen, kunnen leerplichtambtenaren de ouders en leerlingen relatief gemakkelijk onder druk zetten door te dreigen met VT-meldingen of zelfs een UHP. Leerlingen kunnen deze misstanden tevens niet goed melden, de onderwijsinspectie gaat bijvoorbeeld niet in op individuele casussen. Wanneer blijkt dat de leerplichtambtenaar een fout heeft gemaakt, heeft dit vrijwel nooit consequenties. Een schriftelijke onderbouwing moet verplicht worden bij de inzet van deze machtsmiddelen en er moet altijd een mogelijkheid tot bezwaar bestaan. Bij onjuiste inzet van deze procedures moeten er consequenties volgen. Hierdoor zal er voorzichtiger worden omgegaan met deze ingrijpende maatregelen.

6. Er komt een alternatief voor de toetscultuur en het prestatiegericht onderwijs

Het denken in “leeropbrengsten” is dominant geworden in het Nederlandse onderwijs. Als je niet in staat bent aan de verwachtingen te voldoen, kom je snel in de problemen als leerling, je trekt het niet op school en valt uit. Ook de vroege selectie zorgt voor onnodig veel prestatiedruk bij leerlingen, dit kan ervoor zorgen dat leerlingen uitvallen. Er gaat (met name in de bovenbouw van het VO) veel te veel tijd verloren aan toetsen en examens. Tijdens die toetsen worden er nauwelijks nieuwe dingen geleerd. Als we dit niet zouden doen, dan kunnen leerlingen in de tijd die nu aan toetsen wordt besteed bijna een heel jaar extra les krijgen en blijven leren.

7. Er komen sterke en onafhankelijke steunpunten voor leerlingen.

Een wolk van verantwoordelijkheden tussen de betrokken partijen maakt het regelen van ondersteuning in veel gevallen een eindeloze zoektocht of strijd. Er wordt door gemeenten, samenwerkingsverbanden en scholen constant naar elkaar gewezen, niemand neemt zijn verantwoordelijkheid om te helpen. Samenwerkingsverbanden zijn per definitie niet onafhankelijk en hebben te vaak financiële belangen. Sterke onafhankelijke steunpunten voor leerlingen zijn zeker nodig om elke leerling echt te helpen. Om dit effectief te laten zijn, moet de informatievoorziening ook op orde zijn. Om gebruik te maken van steunpunten, moet men wel weten dat deze steunpunten bestaan.

 

8. De juridische positie van leerlingen wordt versterkt.

Schoolbestuurders kunnen bij rechtszaken over passend onderwijs gebruikmaken van publiek geld om zich te verdedigen. Leerlingen en ouders niet. Hierdoor ontstaat er per definitie een ongelijke positie; leerlingen en hun ouders / verzorgers krijgen zo minder makkelijk gelijk bij de geschillencommissie passend onderwijs en de rechter, waardoor zij hun recht op (passend) onderwijs minder goed kunnen verdedigen. De juridische positie van leerlingen moet worden versterkt.

9. De expertise van onderwijspersoneel wordt meer met andere scholen gedeeld waardoor een betere en bredere ondersteuning kan ontstaan.

Scholen kunnen nu vaak niet de ondersteuning bieden die bij inclusief onderwijs juist nodig is. Een bredere en betere ondersteuning, zoals meer onderwijsondersteunend personeel en het delen van de expertise en ervaringen van medewerkers met andere scholen, zou leerlingen meer kansen bieden in het regulier onderwijs. Tevens maakt dit het werk voor docenten beter uitvoerbaar. Ook meer flexibiliteit in de klassengrootte zal meer ruimte bieden voor passende zorg in de klas. Door extra ondersteuning zal de werkdruk verminderen voor docenten. Dit voorkomt dat docenten uitvallen, en bevordert de continuïteit van het onderwijs, dit helpt te voorkomen dat ook de leerling uitvalt.

10. Het besluit tot doorverwijzing naar het speciaal onderwijs moet worden getoetst door een onafhankelijk expert.

De snelle doorverwijzing naar SBO en (V)SO (de makkelijkste optie voor scholen om te voldoen aan hun zorgplicht) neemt niet in beschouwing of deze stap daadwerkelijk passend is voor de betreffende leerling. Nu is er slechts een TLV (toelaatbaarheidsverklaring) nodig, deze wordt aangevraagd bij het samenwerkingsverband, dit is geen onafhankelijk orgaan. De handelingsverlegenheid van de oorspronkelijke school is vaak de basis van de doorverwijzing, niet of de leerling op die andere school daadwerkelijk beter af is. Leerlingen belanden vaak op een plek waar zij vaak niet tot ontwikkeling komen. De leerling krijgt er in zo’n geval meer problemen bij dan dat er worden opgelost. Ze vallen hierdoor uit en komen thuis te zitten. Het is wat ons betreft nodig dat als leerlingen worden doorverwezen naar het speciaal onderwijs, zij dit altijd nog kunnen voorleggen aan een onafhankelijk expert.

11. Het verdienmodel van de zorgleerling wordt verbroken

Scholen ontvangen geld per ingeschreven leerling. Dit geldt ook voor de aanvullende financiering voor individuele leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Vaak doen scholen niet voldoende om die ondersteuning aan te bieden. Ook is het zo dat als een leerling thuis zit, maar wel ingeschreven staat, de school voor die leerling geld blijft ontvangen. Ze verdienen op die manier aan de jongeren die geen onderwijs krijgen (spookleerlingen). Naast de scholen zijn er diverse instanties die verdienen aan de ondersteuning van leerlingen, op moment dat een leerling uitvalt staat er vaak al snel een heel leger aan hulpverleners instanties op de stoep. Er is een soort marktwerking ontstaan rondom de ondersteuningsbehoefte van de leerlingen, waarbij die instanties onderling concurreren om contracten of aanbestedingen. Het geld dat voor een leerling bedoeld is moet daadwerkelijk bij de leerling terechtkomen en moet niet primair de markt bedienen. Er is te weinig controle om te zien of de middelen voor passend onderwijs wel doelmatig worden ingezet en bijdragen aan het beoogde resultaat.

Adviesraad ÉigenWijsheid